Schrijflog 6
Schrijflog
|
07 Augustus 2009 | 22:14:30
Terug van vakantie!
Een week in Drenthe op een superklein
natuurkampeerterrein (7 plaatsen midden in het bos) een week thuis en weekje in
Castricum.
Heel veel gelezen en veel inspiratie opgedaan! Nu
maar hopen dat ik die samen met het vakantiegevoel vast kan houden als volgende
week alles weer bijna, en de week daarop alles weer helemaal normaal is.
Ik heb gelezen: "een man van horen zeggen" van de beste schrijver van Nederland: Willem Jan Otten. Het zijn nog net geen
gedichten, zijn romans. Zijn gedichten wel.
Vonne van der Meer heb ik gelezen: de
Avondboot. Ook erg inspirerend.
De page-turner "mannen die vrouwen haten" van Larsson, erg spannend, maar niet bijzonder mooi geschreven.
En het boek waarvan het het jammerst was dat het
uit was: "Ons Derde Lichaam" van Edward van de Vendel. Heel erg goed, echt een van de betere jeugdboeken die ik
gelezen heb!
Ik lees altijd met een kladblok ernaast omdat het
vreselijk gaat borrelen als ik lees. Veel ideetjes, mooie woorden, zinnen. 't Is
niet jatten, maar 't is net alsof er een stukje hersens intussen met mijn eigen
verhaal bezig is!
Lastig is wel dat ik soms tevéél ideeën heb. Het
uitwerken ervan is gewoon hard werken en niet altijd even leuk. Soms is het dan
erg verleidelijk met iets nieuws te beginnen, want dat is altijd leuk. Maar ja.
Straks zit ik met dertig onaffe verhalen.
We storten ons er weer op! Met mijn verhaal
"(werktitel:de ingeblikte vrouw)" waar ik al 3 jaar aan schrijf. Ik ben van plan
om die nu zeer binnenkort aan mijn uitgever te sturen. Daarnaast begin ik met
het verhaal waar ik mijn weblog mee begonnen ben: "Van binnenuit"
(werktitel).
En intussen ook nog aan mijn tweede chicklit
schrijven, die in november af moet.
In onze vakantie bracht de post mijn nieuwe boek
"Dat eet ik écht niet!". Officieel komt het pas op 22 september uit, in de
christelijke kinderboekenmaand. En op 16 augustus hoor ik of mijn genomineerde
boek "Sanne gaat Solo" de kinderboekenprijs "Het hoogste woord" gewonnen
heeft!
In de VPRO gids van deze week staat een interview
met de schrijfster Conny Braam. Ze schrijft over haar werkwijze:
"Schrijven doe ik van half negen tot vier uur,
zeven dagen per week. Per dag schrijf ik een hoofstuk, van begin tot het eind.
Ik begin meteen met schrijven, zit niet heel lang op een paar zinnen. Ik ben een
snelle denker, wil meteen doorgaan. Zo schrijf ik de dertig hoofdstukken die dit
boek telt in dertig dagen. En daarna begin ik opnieuw aan hoofdstuk 1, de
volgende dag aan hoofdstuk 2 enzovoort. Dat vind ik prettig, ben ik weer
helemaal fris voor het begin. Die hele cyclus doe ik zes, zeven keer achter
elkaar. De eerste keer is een grove opzet, iedere volgende maal duik ik er iets
dieper in. Zo krijg ik steeds meer greep op het verhaal en begrijp ik beter wat
de hoofdpersoon beweegt."
Dit spreekt me enorm aan! Ik denk dat ik dit boek
ook zo aan ga pakken. Alsof je een tekening maakt: eerst heel globaal en
schetsmatig aangeven waar alles komt en hoe de compositie eruit komt te zien,
met nog meer dan genoeg ruimte om te schuiven. Daarna steeds dieper op de zaak
ingaan en uitwerken, maar wel heel gelijkmatig de diepte in, niet eerst op 1
punt.
Tot nu toe werkte ik min of meer van A naar M naar
D naar Q naar C naar Z, met daarna uiteraard nog vele herschrijfrondes, maar zo
overzichtelijk als "1 hoofdstuk per dag" spreekt me erg aan. Het geeft ook rust,
ik ben nogal eens geneigd om meteen aan een impuls toe te geven, en een idee
voor een ander deel van het verhaal meteen uit te werken, waardoor het allemaal
nogal chaotisch wordt.
Gisteren viel me de naam "Giel" in. Ook mooi.
Wat betreft titel zit ik te denken aan iets met
"Huid" erin.
-
Maarre, ben ik nou al eens begonnen aan dit verhaal? Neen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik me eerst op een manuscript heb gestort waar ik al 3 jaar aan werk. Eens in de zoveel tijd werk ik daar weer eens aan. Ik heb tussen neus en lippen tegen mijn uitgever gezegd dat ik hiermee bezig ben en ze wilde het zien. Maar ik vind het nog niet toonbaar.
Zoals misschien bekend ben ik als illustrator
opgeleid aan de kunstacademie. Daar heb ik verschrikkelijk veel geleerd, vooral
over hoe je op je eigen manier het beste kunt verbeelden wat jij, zelf, te
zeggen hebt. Daar heb ik ook als schrijver enorm veel aan gehad.
Maar ik heb ook veel praktische dingen geleerd,
onder andere over materiaal. Ook al doe je nog zo
goed je best, als je het verkeerde papier gebruikt of verf van de Action, dan
wordt het nooit wat. En dus was ik gedwongen me te verdiepen in allerlei
materialen en wat dan het beste was. Natuurlijk deed ik dat en ik zag ook dat
het waar was: er zijn enorme verschillen in kwaliteit en het kan echt een wereld
van verschil maken wat je gebruikt.
En dit geldt ook voor
muziek. De toon van je instrument is afhankelijk van allerlei dingen die je zelf
bepaalt, maar ook van of je instrument degelijk gemaakt is en het gebruikte
materiaal. Natuurlijk kun je een beter instrument kopen, maar het principe
blijft hetzelfde.
Toch heb ik er diep in mijn hart altijd een hekel
aan gehad dat, in mijn ogen zoiets triviaals als de hoeveelheid pigment of de
dikte van het papier, meebepaalt of mijn werk goed uit de verf komt. Dat een
tekening, hoe goed gelukt in vorm ook, er niet uitziet omdat ik te dun papier
heb gebruikt. Eigenlijk vind ik dat onzin, maar ik zie natuurlijk ook dat het
echt verschil maakt.
Nu ik in opdracht werk zie ik dat ook het
drukproces, de scanner, de vormgever etc, allemaal bepalen hoe je werk er
uiteindelijk uit komt te zien.
Ik wil gewoon zelf helemaal de baas zijn.
Een van de prettigste aspecten van schrijven vind
ik dat je niet afhankelijk bent van materiaal. Tuurlijk, een boek wordt
uiteindelijk gedrukt op papier en het is fijn als dat mooi en goed papier is, en
als er een sterk omslag voor het boek is, maar het verhaal zelf wordt er
niet beter of slechter van. Daar ben je als schrijver helemaal zelf
verantwoordelijk voor. Het materiaal dat je gebruikt is allemaal onstoffelijk en
daarmee onvergankelijk en vooral onafhankelijk van externe factoren.
Ik zou bijvoorbeeld ook best eens een film willen
maken, maar alleen al het idee om zo afhankelijk te zijn van zoveel extrene
factoren, weerhoudt me er alleen al van erover te dagdromen. Laat mij maar
lekker alles zelf bedenken: het weer, het decor, de acteurs en het licht. En als
het me niet bevalt verzin ik gewoon wat anders.
--
Zo vind ik het toch beter als mijn hoofdpersoon een lichamelijk litteken heeft. Bij een slechte daad uit het verleden speelt zoveel meer mee, zoals schuld en spijt en mogelijke consequenties die nog in het heden zichtbaar zijn, daar wil ik het helemaal niet over hebben.
De naam die me onlangs voor hem te binnen schoot is Nico. Nog even op kauwen, of dat hem ook wordt.
Ik heb trouwens vreselijk veel zin om te beginnen. Gisteren mijn werkkamer opgeruimd, alle zichtbare werksporen van het afgelopen half jaar zijn nu weg. Morgen, laatste werkdagje, nog een paar illustraties maken en dan is het vakantie. In de avonduren, misschien vanavond al, stort ik mij op mijn nieuwe verhaal.
Op de een of andere manier voelt schrijven voor mij minder/niet aan als werk dan illustreren.Tekenen doe ik zelden meer alleen voor mijzelf, schrijven daarentegen juist wel.
Terwijl ik met Anne op de kinderboerderij was schoot me te binnen: misschien moet het geen lichamelijke handicap zijn, maar iets wat hij vroeger gedaan heeft en waar hij zich nu erg voor schaamt.
Het idee is namelijk dat zijn handicap/litteken min of meer metaforisch is voor de angst om jezelf helemaal, inclusief alle minder fraaie kantjes, te laten zien. Dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn.
Vanochtend een mail met de samenvatting naar de uitgeefster
gestuurd.
Aan het eind van de middag kreeg ik tot mijn verrassing al een mailtje terug,
waarin ze schreef dat ze het een uitstekend plan vindt! Ze geeft aan dat het
voor jongeren en adolescenten geschikt moet zijn, uit commercieel oogpunt
Verder lijkt het haar heel belangrjik het ongeluk goed te
doordenken en te verweven in het verhaal om de spanningsboog strak te houden.
Fijn, iemand die meteen met me meedenkt.
Ze vraagt me om een uitgewerkter plan en een stijlproef,
bijvoorbeeld een kort hoofdstuk. Ik heb zin om meteen aan de slag te gaan.
Ik krijg veel energie van dit mailtje! Te schrijven met de wetenschap dat er min of meer op gewacht wordt (met enthousiasme) schrijft tien keer zo lekker.
Al ruim een
half jaar loop ik met een idee rond voor een nieuw verhaal. Deadlines voor
andere schrijfprojecten en mijn gewone illustratiewerk weerhielden me tot nu
toe van het schrijven, maar nu is er tijd en ruimte. Bij wijze van
experiment ben ik van plan op mijn weblog over de ontwikkeling van mijn nieuwe
boek te berichten. Voor mijzelf om te ontdekken hoe zo'n proces in elkaar
steekt, en voor anderen omdat het wellicht leuk en leerzaam is.
Op dit
moment staat er nog geen letter op papier, en zit het verhaal alleen nog in
mijn hoofd. Maar ik voel aan alles dat het nu het moment is om ermee te
beginnen. Dus wees erbij vanaf het prilste begin.
Het
allereerste begin
Het idee
voor mijn nieuwe boek kreeg ik op 7 november 2008, 's avonds tussen 9 en 11.
Verhalen
kunnen in een fractie van een seconde ontstaan en vaak weet je niet meer
precies hoe het begonnen is. In dit geval weet ik het nog heel precies en
da's best bijzonder. Mijn echtgenoot, een fervent saxofonist, speelde die avond
op het Jazzfestival in Heerde in de beste bigband van Nederland. Ik ging met
hem mee, omdat ik het graag wilde horen en omdat we die dag zes jaar getrouwd
waren. Mijn nieuwste boek (Sanne gaat Solo) was net uit en van het boek
'Reunie in Rome' had ik zojuist de definitieve versie ingeleverd. Er was weer
ruimte voor iets nieuws en hoewel ik van plan was om even niets te doen,
stroomde het bloed waar het niet gaan kon.
Schrijvers
zeggen wel eens dat ze een verhaal niet bedenken, maar dat het verhaal hén
opzocht en ze niet losliet tot ze op papier in een oplage van duizenden de
wereld in gestuurd werden. Zo dwingend kan een verhaal zijn en zo ook in dit
geval.
In het
publiek zag ik een jongen met een handicap. Meteen werd
ik gegrepen door een verhaal, met in de hoofdrol een jongen zoals hij. Deze jongen voelt zich erg kwetsbaar door zijn handicap en durft hierdoor geen relatie aan te gaan. Hij wordt vreselijk
verliefd en het is wederzijds. Maar hij houdt afstand en dat merkt zij en het
dreigt de liefde te verstoren. Uiteindelijk toont hij zijn gekwetste lijf. Zij
reageert uiterst liefdevol en er breekt een mooie tijd aan. Na een tijd gaat
het toch uit, maar niet om de reden die hij had verwacht.
Dit is de
grote lijn, alle details moeten nog ingevuld worden en uiteraard alle verhaallijnen, personages etc. En dat kan ook allemaal nog weer veranderen.
Hoe begin
ik
Ik begin
met het schrijven van een ultrakorte samenvatting, op papier. Dat doe ik expres
zodat ik makkelijk lijnen en pijlen kan maken. (inmiddels heb ik die
samenvatting gemaakt) Door de fysieke activiteit van het schrijven begint er
van alles te borrelen en te bruisen. Vooral heel veel vragen. Sommige
antwoorden komen meteen.
Hoe oud is
deze jongen, woont hij nog thuis, studeert hij? Ik vermoed dat hij ongeveer
17-19 is, en ergens in het eerstejaar studeert. Hoewel dat nog vrij jong is
voor een eerste relatie. Misschien moet hij wat ouder zijn.
Voor het
verhaal vind ik het spannender als hij op zichzelf woont. En waar leert hij dat
meisje kennen?
En heel
belangrijk: dat litteken, hoe komt dat er? Als het een wijnvlek is dan zit er
verder geen verhaal aan vast. Maar een litteken heeft een eigen verhaal en dat
kan een mooie extra laag vormen in het verhaal, bijvoorbeeld als het een
brandwond door eigen schuld is of door een van zijn ouders. Of als het van een
levensreddende operatie is geweest. Daar moet ik nog even over nadenken. Een
litteken is verhaaltechnisch gezien een stuk interessanter, dus dat wordt 't in
elk geval.
En over de
afloop: mijn gevoel zegt ook zeker, dat het niet afgelopen moet zijn nadat zij
zijn lijf heeft gezien en geaccepteerd. De relatie moet uitgaan en het gaat er
juist om dat hij zijn eigen lijf accepteert en inziet dat hij meer is dan
alleen dat litteken. Dus niet een happy end in de zin van rozegeur en
maneschijn.
En dan?
Ik ben in
de gelukkige omstandigheid dat ik een goede relatie met m'n uitgever heb en dat
ze min of meer op nieuw werk zitten te wachten.
Ik werk
voor meerdere uitgevers, maar uitgeverij Mozaïek voelt het meest als van mij.
Ik vermoed dat dit wel eens een verhaal kon zijn waar ze interesse in hebben,
hoewel er wellicht wat bloot en vrijerij aan te pas komt. Dat past misschien
niet bij ze. Dat zien we wel.
Deze week
Deze week
ben ik van plan om een goede samenvatting (synopsis) te formuleren en als ik
tevreden ben, stuur ik die naar de uitgever. Ook zou ik voor mijzelf al enkele
zinnen op kunnen schrijven om te zoeken naar de goede toon en ook heel
belangrijk: de jongen en het meisje moeten een naam krijgen. In een van mijn
andere verhalen veranderde ik steeds de naam van de hoofdpersoon en tot mijn
stomme verbazing werd ze ook steeds een ander persoon. Dat verhaal is nog
altijd niet af. Bij al mijn andere verhalen ploepten de namen ineens in me
op en heb ik ze ook niet meer veranderd.
Wellicht
zoek ik een foto van hoe ik denk dat hij eruitziet, hoewel dat niet
noodzakelijk is. Bij Sanne Gaat Solo heb ik dat wel gedaan en heeft er de hele
tijd dat ik met het boek bezig was een foto van een blond meisje boven mijn
bureau gehangen.
Er zijn van die dingen die een mens te weinig doet.
Een van die dingen is voor mij het luisteren naar muziek. Ik kan enorm van
muziek genieten, ook al heb ik geen uitgesproken smaak. Toch zet ik vrijwel
altijd alleen maar de radio aan, voor een achtergrondbehangetje. Zelden zet ik een cd
op.
Gisteravond zette Anne "haar" liedje op van Herman
van Veen en ik vond het zo heerlijk, Anne aan het dansen in de kamer, en wij
naar haar kijken en luisteren terwijl de avondzon de kamer binnenscheen en dan
dat prachtige liedje en de andere liedjes van de cd
Dát moet ik vaker doen, dacht ik voor de zoveelste
keer.
Vandaag had ik het druk, maar in de middag nam ik
een uurtje om eens te zoeken op oude Franse Chansons, iets waar ik vreselijk
heerlijk melancholiek van wordt. Herman van Veen zingt er een heel aantal in het Nederlands. Er zal vast wel een liefhebber zijn met een
website met goeie nummers, dacht ik.
En zoals ik er de laatste tijd steeds vaker achter
kom dat toeval niet bestaat, stuitte ik op een verkiezing voor de beste franse
chanson. http://www.franszelfsprekend.nl/top50/
Inzenden tot 19 juni, werkelijk, alsof het voor me klaargezet was! Kant en klaar, allemaal met een linkje naar
youtube.Ongelooflijk eigenlijk dat je zo op je wenken bediend kan worden.
Heerlijk zitten luisteren dus. Echt luisteren. Maar
ik werd er wel erg melancholiek van, zeker omdat vandaag de dag is dat mijn pa
jarig geweest zou zijn, als hij niet 12 jaar geleden zou zijn overleden. Ook een
heerlijk potje zitten janken dus.
Van je hobby je werk maken is het mooiste wat er is. Zo
teken en schrijf ik de hele dag en ik krijg er nog voor betaald ook! Er is
vraag naar, ik kan er van leven! Wie had dat ooit gedacht. Nog dagelijks ben ik
hier erg dankbaar voor en geniet ik er met volle teugen van. Ik hou echt enorm
van mijn werk.
Laatst vulde ik een enquete in over werk, de vraag was of je
plezier had in je werk. De antwoorden:
A. Vrij zijn is natuurlijk leuker, maar ik ga met plezier
naar mijn werk.
B. Ik ben op zoek naar iets anders maar hou het nog vol.
C. Ik vind het verschrikkelijk.
Mijn antwoord stond er niet bij. Zelfs vrij zijn vind ik
niet per se leuker dan werken. Ik ben het liefst vrij na een periode hard werken of er tussendoor. Niet te
lang, want dan word ik onrustig. Zonder (dit) werk te moeten leven, ik moet er niet aan denken. Ook denk ik
nu dat ik na mijn 65e gewoon door wil werken, tot het einde toe. In de hoop dat
mijn gezondheid en die van Huib en andere familieleden het toelaat, uiteraard.
Van je hobby je werk maken heeft ook een nadeel, zeg ik wel
eens gekscherend, want: ik heb geen hobby meer. En dat is waarder dan dat het
grappig is. Want ik heb eenvoudigweg geen hobby's, behalve… schrijven en
tekenen. En laat ik dat nou niet meer uitsluitend voor de lol kunnen
doen. De professionele lat ligt zo hoog, dat ik die niet meer omlaag krijg als
het alleen iets voor mijzelf betreft. Dat wil ik ook niet meer. Maar dat neemt
niet weg dat ik nooit meer zomaar voor de lol een tekening maak, en een
verhaal of stukje schrijven is een Klus geworden met een Hoofdletter. En dat
vind ik wel eens jammer.
Zelfs het lezen van een boek krijg ik niet meer zonder meer
voor elkaar. Ik móet er een blocnote naast hebben liggen want al lezende krijg
ik veel ideeën. En ik ben ook heel kritisch en lees vaak ook technisch: welk
perspectief, hoe zit de spanningsopbouw in elkaar etc. Zo kijk ik ook naar
films.
Boeiend, maar niet per se ontspannend. Soms word ik gek van
mezelf. Wil ik graag iets heel anders doen, iets wat ik uitsluitend doe omdat
ik het leuk vind.
Gelukkig heb ik een tijd geleden mijn gitaar gekocht, een
echte *hobby* waar ik vooral niet goed in hoef te worden en het gelukkig tot op
heden ook nog steeds niet ben! En ik zat op het popkoor, dat helaas opgeheven
is. Sport in clubverband is niks voor mij, sport is helemaal niets voor mij. Ik
ga rustig op zoek naar iets anders wat leuk is, maar waar ik niet goed in hoef
te worden. Nog geen idee wat. Maar dat komt vanzelf op mijn pad.
Om twee uur stelde ik aan mijn moeder de eerste vraag en om half zes hielden we er maar mee op, omdat we toch een keer moesten eten! En we zijn nog lang niet klaar.
Heel bijzonder om zo'n mooi beeld van vroeger geschetst te krijgen, over de jaren vijftig in de bollenstreek, de slager en de bakker die nog langs kwamen, mijn opa die timmerman was, de basisschool, over hoe het vroeger bij m'n moeder thuis ging, mijn opa die stiekem een poppenhuis timmerde voor Sinterklaasavond, oma die zong bij de piano, mijn moeder die bij m'n opa achterop de brommer naar Amsterdam ging. En nog veel, veel meer.
Bijzonder om te beseffen dat dit de jeugd van mijn moeder was, en ik daar dus uiteindelijk ook uit voortgekomen ben.
Ik had gedacht dat het een soort interview zou worden, een vraag en een antwoord, maar het wordt meer, het wordt veel meer. Mijn moeder vertelde zoveel meer. Het wordt een biografie in/en een tijdsbeeld.
Mijn moeder haalde, geinspireerd als ze was, ook nog oude agenda's en schriften tevoorschijn. Geweldig, echt geweldig leuk.
Het eerste deel van het gesprek heb ik opgenomen op m'n Ipod, daarna hebben we een eind gelopen en heb ik alles opgeschreven. Het wordt nog een hele klus om alles in een mooi geheel te gieten, maar ik heb er nu al zin in.